Box 2 of box 3: wanneer is een BV fiscaal slimmer?

De vraag of je vermogen beter in box 3 kunt aanhouden of via een BV in box 2 moet structureren, is door de nieuwe box 3-plannen veel relevanter geworden. Toch is het eerlijke antwoord niet: “een BV is altijd slimmer” of “box 3 is altijd eenvoudiger dus beter”. In werkelijkheid hangt het af van je rendement, horizon, opnames, kosten en soort vermogen.

Bovendien is het box 3-stelsel vanaf 2028 op dit moment nog een wetsvoorstel: de Tweede Kamer heeft de Wet werkelijk rendement box 3 aangenomen, maar de Eerste Kamer behandelt het voorstel nog.

Wie box 2 met box 3 vergelijkt, vergelijkt eigenlijk niet alleen twee tarieven. Je vergelijkt vooral jaarlijkse belasting met belastinguitstel, plus de vraag hoeveel flexibiliteit en eenvoud je wilt houden.

De korte conclusie

Een BV is fiscaal vaker interessant als je:

  • een groter vermogen hebt,
  • een lange beleggingshorizon hebt,
  • het rendement grotendeels wilt herbeleggen,
  • en het geld niet jaarlijks privé nodig hebt.

Box 3 blijft vaker logisch als je:

  • vermogen beperkter is,
  • eenvoud belangrijk vindt,
  • relatief laag rendement verwacht,
  • of juist regelmatig geld uit je vermogen wilt opnemen.

Er is dus geen universeel omslagpunt waarop een BV altijd slimmer wordt.

Waarom deze vraag nu urgenter is

In box 3 geldt in 2026 nog steeds het overgangsstelsel met fictieve rendementen per vermogenscategorie, op basis van de werkelijke verdeling van je vermogen. Voor de voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst bijvoorbeeld met 1,28% voor banktegoeden, 6,00% voor overige bezittingen en 2,70% voor schulden. Het tarief in box 3 is 36%. Daarnaast bestaat de tegenbewijsregeling: als je werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, kan dat in de aangifte worden gecorrigeerd.

Tegelijk wil het kabinet vanaf 2028 overstappen naar een stelsel op basis van werkelijk rendement. De hoofdregel in het voorstel is een vermogensaanwasbelasting: niet alleen rente, dividend en huur tellen mee, maar ook positieve en negatieve waardeontwikkeling. Voor onroerende zaken en bepaalde belangen in startende ondernemingen geldt in het voorstel een afwijking via vermogenswinstbelasting.

Daardoor stellen steeds meer beleggers zichzelf dezelfde vraag: moet ik nog wel in box 3 blijven, of is een BV straks slimmer?

Wat vergelijk je eigenlijk?

Wie deze vraag goed wil beantwoorden, moet drie systemen uit elkaar houden.

1. Box 3 zoals het nu werkt

In 2026 zit box 3 nog in het overgangsstelsel. Je betaalt belasting op basis van forfaitaire rendementen, niet puur op basis van wat je echt hebt verdiend. De werkelijke verdeling van spaargeld, beleggingen en schulden telt wél mee.

2. Box 3 zoals het voorstel vanaf 2028 eruitziet

Vanaf 2028 wil het kabinet belasting heffen over werkelijk rendement. In veel gevallen betekent dat: jaarlijkse belasting over inkomsten én waardeveranderingen. Dat maakt box 3 directer gekoppeld aan je feitelijke vermogensontwikkeling, maar voor volatiele beleggingen ook minder voorspelbaar. Lees meer in het artikel het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 uitgelegd.

3. Box 2 via een BV

Bij beleggen via een BV betaal je eerst belasting in de BV via de vennootschapsbelasting. Daarna betaal je als aandeelhouder box 2-heffing wanneer winst wordt uitgekeerd als dividend of wanneer je de aandelen verkoopt. Daardoor ontstaat een tweelaags systeem, maar wel met een belangrijk voordeel: de tweede heffing komt vaak later. Overweeg je concreet om een BV op te richten? Lees dan het stappenplan voor het oprichten van een beleggings-BV.

Hoe werkt box 2 via een BV?

Box 2 geldt voor inkomen uit aanmerkelijk belang. In grote lijnen heb je daarvan sprake als je, alleen of samen met je fiscale partner, minimaal 5% van de aandelen bezit in een BV of een vergelijkbaar recht hebt. In 2026 zijn de box 2-tarieven 24,5% tot €68.843 en 31% daarboven.

De BV zelf betaalt vennootschapsbelasting. In 2026 zijn de tarieven 19,0% tot en met €200.000 belastbare winst en 25,8% daarboven.

Dat betekent dat je bij beleggen via een BV meestal met twee heffingslagen te maken krijgt:

  • vennootschapsbelasting in de BV
  • box 2-heffing als je winst naar privé haalt

Dat klinkt meteen zwaarder dan box 3, maar daar zit de nuance: de box 2-heffing volgt niet automatisch elk jaar. En juist dat verschil in timing maakt een BV soms aantrekkelijk.

De echte kern: box 2 draait om uitstel

De belangrijkste reden waarom een BV fiscaal interessant kan zijn, is niet per se een lager eindtarief, maar uitstel van belastingheffing op aandeelhoudersniveau.

Zolang winst in de BV blijft, betaal je als privépersoon nog geen box 2-heffing. Dat geeft meer ruimte om vermogen binnen de BV te laten doorgroeien. In box 3 betaal je juist jaarlijks belasting volgens het geldende box 3-stelsel.

Dat uitstelvoordeel kan over een lange periode veel waard zijn. Maar uitstel is geen afstel. Zodra je dividend gaat uitkeren of de aandelen verkoopt, komt box 2 alsnog in beeld.

Daarom is de juiste vraag niet alleen “Wat is het tarief?” maar vooral: “Hoe lang kan ik het geld laten zitten voordat ik het privé nodig heb?”

Monte Carlo simulatie: BV vs Box 3. Klik op een scenario in de legenda om de spreiding te zien. Open in de simulator →

Wanneer is een BV vaker fiscaal slimmer?

Een BV is relatief vaker aantrekkelijk in de volgende situaties.

Je hebt een lange horizon

Hoe langer je vermogen kan doorgroeien zonder dat je het privé nodig hebt, hoe groter het mogelijke voordeel van uitstel.

Je verwacht een redelijk tot hoog rendement

Bij hogere rendementen telt het verschil tussen jaarlijks afrekenen en later afrekenen zwaarder mee.

Je wilt vooral herbeleggen

Wie dividend, huur of beleggingswinst niet direct naar privé haalt, kan binnen de BV blijven doorbouwen.

Je vermogen is groot genoeg om vaste kosten te dragen

Een BV brengt bijna altijd vaste lasten mee: administratie, jaarrekening, aangiften en vaak advieskosten. Bij kleine vermogens drukken die relatief zwaar. Lees meer over vanaf welk vermogen een BV interessant wordt.

Je wilt sturen op het moment van uitkeren

In box 2 heb je meer regie over het moment waarop je geld naar privé haalt. Die flexibiliteit kan fiscaal waardevol zijn.

Wanneer blijft box 3 vaker logischer?

Box 3 blijft in veel situaties nog steeds de simpelere en soms ook betere keuze.

Je hebt een beperkter vermogen

Dan wegen de vaste kosten en complexiteit van een BV vaak relatief zwaar.

Je verwacht laag rendement

Bij spaargeld of een defensieve portefeuille kan het voordeel van box 2 te klein zijn om de extra structuur te rechtvaardigen.

Je wilt regelmatig geld opnemen

Als je elk jaar dividend uitkeert om van te leven, verdampt een groot deel van het uitstelvoordeel van box 2.

Je wilt eenvoud

Box 3 kent geen jaarrekening, geen BV-administratie, geen dividendbesluiten en geen uitkeringsplanning.

Je wilt maximale privé-flexibiliteit

Vermogen in box 3 is direct privévermogen. Vermogen in een BV zit juridisch in de vennootschap en vraagt dus meer stappen om er privé over te beschikken.

De 7 factoren die bepalen wat slimmer is

1. De omvang van je vermogen

Een BV kent vaste fricties. Daardoor is box 2 zelden interessant op basis van fiscale optimalisatie alleen als het vermogen nog relatief klein is. Er bestaat geen hard wettelijk omslagpunt, maar de omvang van het vermogen bepaalt wel of de extra structuur überhaupt een kans krijgt om zichzelf terug te verdienen.

2. Het verwachte rendement

Hoe hoger het verwachte rendement, hoe interessanter belastinguitstel kan worden. Bij een laag rendement is dat voordeel veel kleiner.

3. De samenstelling van je rendement

Niet elk rendement is hetzelfde. Bij spaargeld is een BV vaak minder snel logisch. Bij ETF’s en aandelenportefeuilles met veel herbelegging kan een BV interessanter worden. Bij vastgoed is de vergelijking complexer, omdat het voorgestelde box 3-stelsel voor onroerende zaken afwijkt van de hoofdregel.

4. Je beleggingshorizon

Vijf jaar is iets heel anders dan vijfentwintig jaar. Bij een lange horizon kan het doorrenderen van uitgestelde belasting een groot effect hebben op het eindvermogen.

5. Je privé-opnames

Dit is een van de meest onderschatte factoren. Wie jaarlijks geld nodig heeft om van te leven, trekt winst uit de BV en betaalt daardoor eerder box 2. Dan verliest de BV een deel van haar voordeel.

6. De kosten van de BV

Denk aan: oprichtingskosten, administratie, jaarrekening, fiscale aangiften en advieskosten. Deze kosten moeten in elk serieus vergelijkingsmodel worden meegenomen. Lees het volledige overzicht in het artikel wat kost een BV per jaar echt?

7. Verliesjaren en volatiliteit

Onder het voorgestelde box 3-stelsel vanaf 2028 worden waardeschommelingen veel directer onderdeel van de heffing. Dat maakt de uitkomst voor beleggers met volatiele portefeuilles gevoeliger voor timing en marktschommelingen.

Hoe zit het met vastgoed?

Vastgoed verdient een aparte toelichting, omdat veel lezers denken dat vastgoed “dus automatisch beter in een BV” zit. Zo simpel is het niet.

In het voorgestelde box 3-stelsel geldt voor onroerende zaken een afwijking van de hoofdregel via vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat waardestijging daar in beginsel pas bij realisatie wordt belast, terwijl reguliere inkomsten zoals huur wel een rol blijven spelen. Daardoor is de vergelijking tussen vastgoed in privé en vastgoed via een BV veel genuanceerder dan alleen een tariefvergelijking.

Een verhuurpand in privé is dus niet automatisch slechter. Maar ook een vastgoed-BV is niet automatisch slimmer. Zaken als financiering, kosten, opnames, waardegroei en horizon bepalen hier veel.

Hoe zit het met dividendbelasting?

Als een BV dividend uitkeert, moet meestal 15% dividendbelasting worden ingehouden. Voor de aandeelhouder is dat doorgaans een voorheffing die in de inkomstenbelasting wordt verrekend. Het verandert dus niet automatisch de uiteindelijke totale druk, maar het is wel relevant voor je cashflow en voor het praktische begrip van hoe uitkeren uit een BV werkt.

Hoe vrij ben je eigenlijk om geld uit je BV te halen?

Veel mensen onderschatten dit punt. Vermogen in een BV is niet hetzelfde als privévermogen op een beleggingsrekening.

Als je geld uit de BV naar privé wilt halen, gebeurt dat meestal via dividend, loon of lening. Daarbij kunnen fiscale regels gaan spelen. Een belangrijke is de regeling excessief lenen: boven de relevante drempel wordt het meerdere van een schuld aan de eigen BV in beginsel belast als box 2-inkomen. In de fiscale informatie voor 2026 wordt gewerkt met een drempel die in het voorbeeld uitkomt op €650.000, gebaseerd op de wettelijke grens plus overgangscomponenten.

De praktische les is simpel: een BV geeft structuur en timingvoordeel, maar minder directe privé-flexibiliteit.

Voor welke profielen is een BV vaker interessant?

De ETF-belegger met lange horizon

Iemand van 35 die voor 25 jaar belegt en weinig privé-opnames verwacht, is een klassiek profiel waarbij box 2 interessant kan worden. Het uitstelvoordeel krijgt dan veel tijd om te werken.

De ondernemer met overtollige middelen in de BV

Voor een DGA is de vraag vaak niet: “moet ik een BV oprichten?” maar: “moet ik geld in de BV laten en daar beleggen, of eerst uitkeren naar privé?” Dat is een wezenlijk andere vergelijking dan voor iemand die privévermogen heeft en een nieuwe structuur overweegt. Een holdingstructuur kan daarbij extra voordelen bieden.

De verkochte ondernemer

Na verkoop van een bedrijf gaat het vaak om grotere bedragen en om echte structuurkeuzes. Dan wordt de vraag naar timing, opnames en familieplanning veel relevanter.

Voor welke profielen blijft box 3 vaak logischer?

De spaarder

Bij laag rendement en veel behoefte aan eenvoud valt een BV vaak tegen.

De belegger die van zijn vermogen wil leven

Wie jaarlijks geld uit zijn vermogen haalt, haalt ook het uitstelvoordeel van de BV deels onderuit.

De belegger met beperkt vermogen

Dan zijn kosten, beheer en complexiteit vaak een te grote hap uit het fiscale voordeel.

Veelgemaakte misverstanden

“Een BV is altijd slimmer bij hoog vermogen”

Niet waar. Hoog vermogen helpt, maar is niet genoeg. Iemand met hoog vermogen en hoge privé-opnames kan nog steeds slechter uitkomen in box 2.

“Box 2 is altijd ongunstig omdat je dubbel belasting betaalt”

Ook te simpel. Ja, er zijn twee heffingslagen, maar de timing van die tweede laag is fiscaal juist erg belangrijk.

“Iedereen moet voor 2028 naar een BV”

Nee. Het voorgestelde box 3-stelsel maakt de vergelijking belangrijker, maar niet automatisch in het voordeel van box 2. Bovendien is het voorstel nog niet definitief.

“Ik kan geld altijd vrij uit mijn BV halen”

Nee. Dividenduitkeringen, verkoopwinst en lenen van de BV hebben fiscale gevolgen.

“Er is één bedrag waarbij een BV loont”

Nee. Er is geen universeel omslagpunt. De uitkomst hangt af van meerdere variabelen tegelijk.

Waar je in de praktijk echt op moet rekenen

Een goede vergelijking tussen box 2 en box 3 moet minimaal rekening houden met:

  • startvermogen,
  • verwacht gemiddeld rendement,
  • spreiding van rendement,
  • dividend-, rente- of huurcomponent,
  • jaarlijkse privé-opnames,
  • beleggingshorizon,
  • kosten van de BV,
  • timing van box 2-uitkeringen,
  • soort vermogen,
  • en de vraag of je vergelijkt met box 3 nu of box 3 vanaf 2028.

Dat is precies waarom simpele vuistregels vaak misleiden. Twee mensen met hetzelfde vermogen kunnen een totaal andere uitkomst krijgen als de één alles herbelegt en de ander elk jaar geld opneemt.

Dus: wanneer is een BV fiscaal slimmer?

Een BV is vaker fiscaal slimmer als je vermogen vooral moet groeien. Box 3 is vaker logischer als je vermogen vooral beschikbaar moet blijven.

Dat is de meest bruikbare samenvatting.

De fout die veel mensen maken, is dat ze alleen naar het tarief kijken. Maar de echte vergelijking draait om:

  • timing van belasting
  • duur van herbeleggen
  • hoogte van opnames
  • kosten van de structuur
  • type vermogen

En juist daarom is een persoonlijke doorrekening meestal nuttiger dan een algemene vuistregel.

Conclusie

Door de nieuwe box 3-plannen is de vraag “box 2 of box 3?” belangrijker geworden. Maar het eerlijke antwoord is nog steeds: het hangt af van je situatie.

Een BV kan fiscaal aantrekkelijk zijn, vooral bij grotere vermogens, lange horizon en weinig privé-opnames. Maar box 3 blijft voor veel mensen de logischere route, zeker als eenvoud, flexibiliteit en directe beschikbaarheid belangrijk zijn.

Wie dit goed wil beoordelen, moet niet alleen kijken naar wat vandaag fiscaal gunstig lijkt, maar naar wat over 10, 20 of 30 jaar netto het meeste oplevert.

Veelgestelde vragen

Is een BV vanaf 2028 automatisch slimmer dan box 3?

Nee. Het voorgestelde box 3-stelsel maakt box 2 voor sommige profielen aantrekkelijker, maar niet voor iedereen. Bovendien is het voorstel nog niet definitief.

Vanaf welk vermogen wordt een BV interessant?

Daar is geen vast algemeen bedrag voor. Het hangt af van rendement, kosten, horizon en opnames. Lees de uitgebreide analyse in het artikel vanaf welk vermogen een BV interessant wordt.

Is box 2 gunstig voor ETF-beleggers?

Dat kan, vooral bij een lange horizon en weinig privé-opnames. Maar het is geen automatisme.

Is een BV handig als ik eerder met pensioen wil?

Soms, maar juist bij vroeg leven van je vermogen kunnen jaarlijkse uitkeringen het box 2-voordeel verkleinen.

Geldt box 2 ook voor een tweede woning?

Niet direct. Een tweede woning valt normaal in box 3 als je die privé bezit. Pas als het vastgoed via een BV wordt gehouden, komt de box 2-structuur in beeld.